• Jörg Reme (Beeld)
• Hans van de Waarsenburg (Gedichten)
• Rudi Fuchs (Essay)
De wind waait om je haren, pilaren verbergen de jaren
Van dat ouder worden en hoe alles kon gebeuren in een
Steen dat van hoger hoogte, je hoofd zo strak hield.
Roze keerde je een wang. Daar zit je dan, terwijl het
Volk gaapt, schraapt en jij weer kind werd, kind was
Meisje met de lieve, kleine borsten, en ik, verlegen ik.
Uit: De niet bestaande ruimten van het Arsenale
Zij spreidt haar armen, maar wil niemand tot haar
Laten komen. Waarom zou ze? Vrijstaande, eenogig
Gekruisigde. Haar weefsel is vreemd, als de grove
Beharing en het vuur dat aan haar kleeft. Zij is
Christina, de zwarte vrouw die iedere dag sterft.
We moeten haar gedenken, overal waar haar sluiert.