Hoor ik de tonen van je
stem nog
Of is het herinnering, zeegeruis ?
Mengeling van schelp op nat zand,
Voorzichtig schuim, scheermes.
De avond die de nacht dicht, je hand
Op helm en duin. Laat dit aanraken
Zacht, traag en lief zijn. Het woord je
Mond beroeren zonder lippenpijn.
Glasparels ja, maar ik ben misschien
De dode van de nacht, de in hennep -
Touw gewurgde geliefde en je weet
Het niet. Je staat op, luistert naar de
Veldpiano, de geruchten van krullend
Slablad, lauwe toon van het vergeet
Me nieten en het groen van verdwijnen
Dat ooit zo helder tinkelde, niet meer was.
Hoe wandelen vingers over een piano?
Of dwalen ze tevergeefs over toetsen?
Je moet water in je nachthoofd druppelen
Je neus vaporiseren om iedere letter ter
Plekke te plaatsen en dan achterover
Leunen in een schommelstoel die
De dageraad niet meer raakt. Nacht -
Urnen in opkomende zon, goud -as- zacht.
Ik berg me in de hoek van de ijzeren
Schoffel en wijk niet voor de hoofd-
Hakkers. Wil niet met open keel te
Koop liggen op de vismarkten van
Weleer, maar tingelen als beluga en
Parelen op de tong, teeleitjes, kaviaar.
Het chromosomennachtlied, de dans
Der onschuldigen en dat in up - tempo.
Hoe je zo’n langzame wals kunt vergeten?
Koop de speeldoos van herinnering en
Draai almaar hetzelfde lied. Zie je dansen
Kussen, draaien en dralen. Zie de sneeuw
Vallen en huiver voor de rode druppels.
Zij wissen de ijsbloemen van voorbije
Winters. Wiegen de tonen in jezelf,
Alsof je voorzichtig huilt in je elleboog.