Vera van der Horst schreef een essay
naar aanleiding
van de verschijning van de nieuwe bundel AZUL >>>
VAN NACHT Door JOHAN VELTER
Hans van de Waarsenburg is een politiek dichter geweest. Hij schreef 'poëzie'
als 'powezie'. Hij was verontwaardigd over de Amerikaanse vuile oorlog in
Vietnam. En er waren de dictaturen van Franco, de Griekse generaals, de
vaudeville rond Allende. Er is een tijd geweest dat men de ogen geopend hield en
zag. Onder zijn vroege poëzie is er nogal wat activistisch werk: poëzie moest
mensen bewustmaken en doen handelen. De verontwaardiging was gebaseerd op
gruwelijke feiten: Tsjecho-Slowakije, onderdrukking, moorden die gepleegd werden
op zwakkeren. Er is weinig politieke poëzie die aan zichzelf twijfelt: het is de
zekerheid die roepen doet. Het was de tijd toen men kijken met ethiek verbond.
De jaren gaan heen en het vergeten wordt een deugd. >>>
DALEM
Door Peter van Vlerken
Meneer Dalem zou ze niet graag de kost geven, de snobs en de poseurs die de
kunst omarmden om niet van de straat te lijken. Hij zag ze op vernissages van
tentoonstellingen, de interessantdoeners die bij de eenvoudigste vraag door de
mand vielen, op lezingen van schrijvers en dichters, de zogenaamde belezen
intellectuelen voor wie boeken geen geheimen meer hadden, en tijdens concerten
de kenners van de klassieke muziek – de ergsten van allemaal -, die precies
meenden te weten wanneer er geklapt mocht worden en wanneer niet en die je met
hun geborneerde blik de grond in boorden als je met je applaus ernaast zat.
Van de weeromstuit deed Dalem graag of hij juist wel van de straat was en dat
zelfs in overdreven mate, wat natuurlijk ook een soort snobisme of geposeerdheid
was. Maar het gaf hem zo’n vrij gevoel de onwetende boerenlul uit te hangen
tussen bijvoorbeeld het sophisticated toneelpubliek, dat hij het soms niet kon
laten. >>>
Hans van de Waarsenburg werkt in stilte aan een indrukwekkend oeuvre. Hij beschikt over een groot technisch vermogen dat hij gebruikt om zijn vaste thema's en motieven te variëren en intensiveren. Een vernieuwer is Van de Waarsenburg niet en ook niet iemand die meeloopt met modes. Evenmin is hij een dichter die zich manifesteert in de luidruchtige entourage die in deze tijd meer en meer de literatuur zelf verdringt.
Trouw kenmerkt het werk van Hans van de Waarsenburg. Uit zijn poëzie blijkt een trouw aan de mensen in zijn omgeving, trouw aan hun drijfveren en verlangens. Hij heeft oog voor hun kwetsbaar-heid, hun armzalig-heid en beperkingen. Die trouw komt bovenal tot uitdrukking in de ernst en zorgvuldigheid waarmee hij met taal omgaat. Wie goed luistert, hoort hoe op die manier onmiskenbaar zijn stem zich in zijn poëzie uitkristalliseert. >>>
Voor Hans van de Waarsenburg moet het passeren van het zestigste levensjaar, afgelopen zomer, een weinig heuglijke gebeurtenis zijn geweest. In zijn gedichten namelijk is hij tegen eindigheid en vergankelijkheid altijd te hoop gelopen.
Op de drempel van de ouderdom heeft Van de Waarsenburg Waar
de wegen waren gepubliceerd, een bundel die sprankelt van jeugdige
vitaliteit. In zeven afdelingen voert de dichter ons mee naar de
verste uithoeken van zijn herinnering, naar lang vervlogen tijden en
naar recente gebeurtenissen. Elke afdeling vloeit over in de andere
zoals de woorden in de afzonderlijke gedichten zich tot een
droomachtige realiteit vermengen. >>>
DESCRIPCIÓN ES REVELACIÓN
- En torno a la poesía de Hans van de Waarsenburg -
PURA LÓPEZ COLOMÉ
No toda la poesía muestra esta máxima en calidad de luminaria si bien, curiosamente, la más alta expresión no la abandona nunca. La frase es de Seamus Heaney, quien conoce el proceso creativo a fondo y, a consecuencia, ha escrito inmejorablemente acerca de sus íntimos resortes. No sé si deliberadamente, la poesía de Hans van de Waarsenburg (Helmond, Holanda, 1943) siempre ha aspirado a ello; diríase que, en su quehacer, ha hecho las veces de una especie de brújula segura rumbo a una evolución franca en el marco de sus muy peculiares terrenos literarios. Por eso, en este caso, resulta interesante ver el recorrido, por vía antológica, de este marinero en tierra cuyo barco no ha zarpado ni zarpará: se enfrentará a mareas benignas, a trombas y borrascas desde un profundo anhelo, un deseo de rasgar el velo entre marea alta y marea baja para así entender la escala humana, el amor, el sufrimiento, el tiempo, la contingencia, el péndulo de la necesidad y su satisfacción, los espejos y espejismos que
habitan entre espiritualidad y carnalidad, mediante escenas simbólicas captadas por los binoculares de este capitán, anclado a las rocas y las costas de su tierra madre. >>>