Over de velden, ver na het midden van
Het leven, de schimmen van de paden.
Het verlopen van het zure middaglicht.
Met een veer in de keel en zicht op het
Trage tuimelen. Over de velden schrijdt
Het woord zo langzaam, dat de klank
Verdwijnt, oplost in nevel boven de
Stoppelvelden. En de wandelaar? Hij
Tuurt over de velden naar tanende
Horizon. Probeert uit zijn schaduw te
Stappen, terwijl het donker rond het
Hoofd wordt. De doden ritselen tussen
Herfstbladeren of rusten op de takken
Van het verleden. Als er al een afscheid is,
Laat het dan nog duren en breng 'hout
Naar de bossen en turf naar de venen'.