We roken de rook in de kroegen, staarden
Naar de turfvuren, alsof alles zou blijven
Duren, er niets veranderd was. Woorden
Niet gezegd, verzwegen. In duinen, op
Stranden achtergebleven. Misschien, zei je
Zijn er reizen om alleen te gaan, leefden we
Zonder tijd of bestaan. Maar waar ook de
Wegen waren, altijd meerden er schepen
Aan en zocht ik in de havens naar je gezicht.
Want horizon is slechts een verte in altijd
Ander licht. Het dorst in je stem, zei je.
Kom hier en zet je lippen aan glas of gedicht.