|
left menu
|
BLAD, BLADEREN
Ik herkende de man die de lippen
Van de dood kuste, een liefde
Van het voorhoofd wiste.
Ik zag hem balanceren op de
IJsschotsen van haakse
Splinters en hemelse sneeuw.
Drijvend in nachtzweet, het
Krassen van potlood, van
Smeken en vloeken op papier.
Tot het doek viel, het gordijn
Scheurde en het licht, zo
Onderhuids wit en bleek
Tot op het bot. Een door –
Schijnende agonie, die zich
Vouwde tot een verdwijning.
De man die voor de Styx stond en
Toen het hooi, de wol, de veren en
Zij, die hij noemde: Ginkgo Biloba..
.en
.de
<<
O
>>
|