BESCHRIJVINGEN VAN HET MEER
Bij de beschrijving van het meer
Vergeet je de bergen, de bomen
En het water. Boten liggen er
Gekanteld op het droge. Het
Eiland is een luchtspiegeling.
Bij de beschrijving van het meer
Lachen vissen tranen droog,
Kruimelt rots als roggebrood
In de vogelnesten van weleer.
Bij de beschrijving van het meer
Lopen de kleuren uit een ansicht
En verwateren in droeve glazen.
Bij de beschrijving van het meer
Sneeuwt het dagenlang.
Bij de beschrijving van het meer
Welt het water over de rand en
Dooft het vuur onder de ijzeren
Ketels. Het zand kleurt er zwart,
Honing sijpelt uit het boze oog.
Bij de beschrijving van het meer
Klinkt er ketelmuziek en open je
Een pak met reuzel. Bliksem
Splijt de bomen en het steen.
Bij de beschrijving van het meer
Varen schepen door de avond
En verschaalt het bier in de ton.
Bij de beschrijving van het meer
Valt roet uit de hemel.
Bij de beschrijving van het meer
Klinken schrale tango's en schuif
Je dichter tegen het licht. De dag
Wil er geen nacht worden. Slapen
Is schaamteloze schande, want
Bij de beschrijving van het meer
Knip je wolkenvelden uit blauwe
Servetten en stomen lijven rosa.
Tot ze stollen onder een dotterblad.
Bij de beschrijving van het meer
Wachten de ijsvelden en sterft de
Consul in een bad vol mezcal.
Bij de beschrijving van het meer
Snaart zacht de tarropatch.
Bij de beschrijving van het meer
Stort een waterval schuimend neer
En bedenkt hij de laatste plooien in
Zijn gezicht. De droge grimas
Van een varkensblaas. Rommelpot.
Bij de beschrijving van het meer
Wordt kaf koren en lisse oude
Klare, ondrinkbaar. Jong was je
Al een Chinees. Rammelkast.
Bij de beschrijving van het meer
Ruikt het naar zuidwester, plastic
Blauw en oefeningen van berouw.
Bij de beschrijving van het meer
Staat hij op en wandelt weer.
Bij de beschrijving van het meer
Ligt de palm op het water, zuigen
Karpers en brasems zijdenzacht.
Lippen van wellust, de tere
Onschuld van een hand. Eeltloos.
Bij de beschrijving van het meer
Ging je telkens dood boven je
Glaasje sputum. Dag Clareyn.
Even kom je boven drijven.
Bij de beschrijving van het meer
Zie ik je nog behoedzaam lopen.
Iedere voetstap telde je met je ogen.
Bij de beschrijving van het meer
Roer ik as in je borrelglas.
Bij de beschrijving van het meer
Dansen oude en dode vrienden
Een kolo. Lint van glas en oog
Dat glinstert, zo ver weg de
Toekomst en tijd te over.
Bij de beschrijving van het meer
Wordt waan een ochtendmist en
Valt dun achterover. Ezel op
De berg, een boot vol stroop.
Bij de beschrijving van het meer
Eisen de kuilen van Sveti Naum
De dichters en al hun verzen.
Bij de beschrijving van het meer
Zeven monden het zand.
Bij de beschrijving van het meer
Hoort een grijns, een ingezonden
Brief van Elb, dwars roeiend met
Ongedurige riemen. Godenschemer
'Ziedend als zeep', 'ping ping'.
Bij de beschrijving van het meer
Mijd ik zorgvuldig het zeewater.
Kus slechts het zoete, de nap van
De zwerver, het lood van de kogel.
Bij de beschrijving van het meer
Blijft het schot het hart van het
Gedicht, trefzekere hunkering.
Bij de beschrijving van het meer
Snatert de lokeend.
Bij de beschrijving van het meer
Worden de vingers koud als ijs
Rusten moord en dood, dicht
Tegen de hartwand. Elke nacht
Wordt daar wreed onthoofd.
Bij de beschrijving van het meer
Waait witte wind over de velden.
En reikt er water, tot de strot het
Slikt en zinkt in peilloos asiel.
Bij de beschrijving van het meer
Wordt bloed gewist, worden
Wonden gedicht en rafels hersteld.
Bij de beschrijving van het meer
Hoort scharminkel en karkas.
O
>>
|