|
left menu
|
TERRA SALSA
En er verscheen een water
Dat vreugdevol huilde in
Alle hoeken van het hoofd.
Vastgenageld in het zand
Zag hij schuimkoppig zee,
Schurend, telkens weer.
Met ingehouden adem
Verkende hij horizon.
Mateloos, oneindige
Verte van toekomst.
Hij gleed in de branding en
Beet in het schuim, proefde
Het zoute zoet. Daarvoor
Was hij nooit geweest, daarna
Wilde hij niet meer zijn.
In Zeeuws water dreef hij
Eigen dromen binnen.
Kusten van zin en zinderend
Duin, de nacht doorheen:
Eiland wilde hij zijn.
Altijd nog de stap, de horizon
De lichtrand, de bijtrand
van water en lucht.
Altijd nog de stap op de top
Van het duin, dit bedrinken
Aan water en lucht.
Altijd nog de schroom voor
Water en lucht, een einder
Die schrijnt in ogen zo dicht.
<<
O
>>
|